Ziekten en afwijkingen

 

HD ED Ogen Hypothyreo´die prcd-PRA Genetische variatie

Op deze pagina willen wij graag een uitleg geven over de ziekten en afwijkingen waar wij onze honden op testen. Wij proberen de gezondheid van het ras goed te houden of te verbeteren.

Wij proberen de afwijkingen in normaal Nederlands te omschrijven, zodat voor iedereen duidelijk is wat een afwijking voor gevolg heeft voor de hond. Mocht u na het lezen van de uitleg vragen hebben, twijfel dan niet en neem contact met ons op.

Heupdysplasie (HD)

Heupdysplasie is denk ik de bekendste afwijking bij de hond. Zoals de naam al zegt gaat het over de heupen. Veel mensen denken bij HD aan honden die moeilijk op kunnen staan en haast niet meer (pijnloos) kunnen lopen. Dit is een schrikbeeld, dat we uiteraard proberen uit te bannen.

In het ideale geval past de heupkop mooi in de heupkom, er is voldoende ruimte om te bewegen en de kop schiet niet uit de kom. Bij een afwijking van de ideale situatie kan er extra botgroei onstaan of de kop kan uit de kom schieten

Om de heupen te beoordelen moeten we een rontgenfoto laten maken (onder narcose). Op deze rontgenfoto kan een specialist goed zien hoe de situatie is voor beide kanten van het heupgewricht. Vervolgens wordt de foto beoordeeld, de ernst van de afwijking geeft de uitslag (A t/m E), waarbij HD-A (geen afwijkingen) het beste resultaat is en HD-E het slechtste resultaat. Meestal is het alleen toegestaan om met honden te fokken als ze een A, B of C hebben gescoord. De D en E dieren worden uitgesloten van de fokkerij.

HD is gedeeltelijk erfelijk en wordt be´nvloed door omgevingsfactoren. 

Meer informatie over dit onderwerp kunt u vinden op de website van de Raad van Beheer, klik hier

 

Ellebooggysplasie (ED)

Bij elleboogdysplasie (ED) wordt met name gekeken naar de aanwezigheid van kraakbeen in de ellebogen. Afwijkingen kunnen leiden tot kreupele honden. Om de ellebogen te beoordelen moeten we een rontgenfoto laten maken (onder narcose), meestal kan dit tegelijk met de HD foto's.

Meer over dit onderwerp kunt u lezen op de website van de Raad van Beheer, klik hier

 

Oogafwijkingen

Ogen met afwijkingen leiden tot (nacht)blindheid. Er zijn een groot aantal afwijkingen in de ogen van honden. Op zichzelf is blindheid bij een hond geen groot probleem, omdat een hond zich heel goed kan aanpassen door gebruik te maken van zijn neus en oren. Veel mensen  zullen niet eens waarnemen dat het zicht van hun hond is verminderd of dat de hond helemaal niets ziet. Er zijn voorbeelden van blinde honden die prima in staat zijn om bijvoorbeeld een balletje te apporteren. Toch is een oogtest vrij normaal in de hondenfokkerij.

Een gespecialiseerde dierenarts kijkt met speciale lenzen in het oog van een hond en zoekt naar erfelijke afwijkingen. De hond hoeft niet onder narcose.

Meer over dit onderwerp kunt u lezen op de website van de Raad van Beheer, klik hier

 

Hypothyreo´die

Een afwijking in de werking van de schildklier. Via drie verschillende bloedwaarden wordt beoordeeld of de hond een normaal werkende schildklier heeft. Honden met een afwijkende functie van de schildklier kunnen haar verliezen (kale plekken / staarten tot helemaal kale honden) en kunnen soms makkelijk te dik worden. Ze kunnen ook overmatig gaan drinken.

Voor deze test wordt een beetje bloed afgenomen.

 

prcd-PRA

Progressieve retinadysplasie (PRA) is ÚÚn van de oogafwijkingen bij de hond. testen op prcd-PRA is mogelijk via dna onderzoek (niet voor alle rassen, wel voor de Spaanse Waterhond). Heeft een hond prcd-PRA, dan is er 90% kans dat de hond blind wordt. Het mooie van dna testen is dat je niet alleen de lijders  kunt opsporen (vanaf het moment dat ze de afwijking ontwikkeld hebben), maar ook de dragers en de genetisch vrije honden. Er zijn drie mogelijke uitkomsten van de test:

A, (vrij) de hond is vrij en heeft twee normale genen. De kans dat deze hond ooit prcd-PRA ontwikkeld is bijzonder klein.

B, (drager) de hond heeft ÚÚn normaal gen en ÚÚn afwijkend gen. De kans dat deze hond ooit prcd-PRA ontwikkeld is bijzonder klein.

C, (lijder) de hond heeft twee afwijkende genen. De kans dat deze hond prcd-PRA ontwikkeld is erg groot.

Omdat we niet willen dat onze honden blind worden, willen we alleen vrije honden en dragers fokken (deze hebben immers een bijzonder kleine kans de ziekte te ontwikkelen). Om allen genetisch vrije honden en dragers te fokken, zijn de volgende combinaties mogelijk:

Vrij x vrij     geeft 100% vrije nakomelingen

vrij x drager     geeft 50% vrije en 50% dragers

vrij x lijder     geeft 100% dragers.

Alle andere combinaties  (drager x drager, drager x lijder en lijder x lijder) geeft kans op lijders, met andere woorden, een pup uit ÚÚn van deze combinaties kan blind worden.

Voor deze test wordt meestal bloed of wangslijm gebruikt.

Meer informatie over dit onderwerp kunt u vinden op de website van Optigen of Laboklin

Op dit moment zijn er nog niet zoveel Spaanse Waterhonden in Nederland getest.

 

Genetische variatie

Genetische variatie is iets wat niet slaat op de individuele hond, maar op de populatie. Genetische variate bepaalt in hoeverre een populatie bestand is tegen veranderende omstandigheden en/of in welke mate de dieren in de populatie aan elkaar verwant zijn.

Veel hondenrassen zijn gebaseerd op slechts een handjevol dieren. De genetische variatie is klein, dit is in de hand gewerkt door veel gebruik te maken van honden die aan het "ideale" beeld voldoen (zoals goede tentoonstellingshonden). Er zijn rassen waar een bepaalde voorouder in alle stambomen voor komt. Als later blijkt dat deze voorouder een bepaalde erfelijke afwijking heeft, dan kan het hele ras " besmet" zijn. Door individuele fokkers is de genetische variatie natuurlijk niet te be´nvloeden, daarnaast wordt de genetische variatie in de loop van tijd altijd kleiner. Genen die verloren zijn gegaan, komen niet meer terug.

Omdat wij denken dat genetische variatie belangrijk is, vinden wij het ook belangrijk dat er zo veel mogelijk Spaanse Waterhonden voor de fokkerij beschikbaar zijn. Er zijn fokkers die alleen nog maar willen fokken met ouderdieren die de " beste" uitslag hebben voor bepaalde afwijkingen of uit een bepaalde "lijn" komen, ze fokken dus alleen met een zeer klein deel van de populatie. Wij verwachten dat er in de toekomst meer ziekten naar boven zullen komen (waar we nu nog geen weet van hebben). Is de genetische variatie groot genoeg, dan zullen deze afwijkingen geen bedreiging voor de populatie vormen (er zijn nog voldoende dieren over die de afwijking niet hebben), zit een afwijking (lees ziek gen) al in de hele populatie, dan wordt het erg moeilijk om van de afwijking af te komen. Vooral om deze reden is het belangrijk om zorgvuldig met regels voor de fokkerij om te springen, zodat we niet het kind met het vuile badwater weggooien. Uiteraard is dit geen vrijbrief voor het bewust fokken van zieke honden. Het is een waarschuwing om niet te streng op bepaalde eigenschappen te selecteren, ten koste van de variatie.